Urohydrosis

man beachte die Beine

Dieses Jahr war bisher klimatisch gesehen ein seltsames Jahr. Daher ist es eigentlich auch kaum verwunderlich, dass wir dieses Jahr Anfang Juni plötzlich einen Storch im Saanenland hatten. Ich sehe natürlich nicht alles, habe aber hier bisher nur einmal einen Storch vorbeifliegen sehen, und das war vor 25Jahren. Es war ein sehr schöner Besuch von etwa einer Woche. Tagsüber lief er über die Wiesen und frass Regenwürmer und, wie alle hofften, Mäuse. Gegen Sonnenuntergang flog er zu seinem Schlafbaum, der neben meiner Arbeitsstelle steht und sehr praktisch… vor dem Fenster meiner Mutter, die ihren Augen das erste Mal als sie ihn landen sah zunächst nicht traute und uns sofort anrief… Der Baum gehört eigentlich einem Krähenpaar, das diesen Besuch nur mässig zu schätzen wusste und sich laut murrend ein paar Bäume weiter mit seinem Schicksal abfand. Jeden Abend kurz vor Sonnenuntergang besuchte ich meine Mutter und ihren Nachbarn auf Zeit mit meiner Kamera. Tagsüber gibt es Dinge zu erledigen, und man kann nicht immer einem Storch hinterherjagen. Freundin Nadine hielt mich auf dem Laufenden, was er so tat. Eines Abends hatte ich die Gelegenheit, von meinem Auto aus und ohne ihn zu stören, zu beobachten, wie er über die Felder schritt und ziemlich viel zu fressen fand. Störche fressen so ziemlich alles, was sie finden. Meistens viele kleine Häppchen: Würmer, Heuschrecken, Mäuse, Maulwürfe und ab und zu einen Frosch. Die grössten Bissen, die sie hinunterbekommen, wiegen ein Viertel Kilo. Das sind dann tote Hasenjunge oder andere, meist totgemähte

Tiere. Damit kommen sie schnell auf ihre 500 Gramm pro Tag.

Ich ging davon aus, dass es ein junger Storch war. Lange habe ich mir seine Beine mit dem Fernglas angesehen. Bei einem jungen Storch sind die rosa und sich eigentlich schon beim Ausfliegen rot verfärbt. Dieser hatte so eine seltsame Farbe, hell, aber es schimmerte doch Rot durch, so auch beim Schnabel. Seltsam… ich hoffte nur, dass er keine Hautkrankheit hatte….

Wie gesagt, verschwand der Storch nach etwa einer Woche wieder, wahrscheinlich zurück in seine Kolonie.

Am 1. Augustsahen wir unerwartet wieder sehr viele Störche nicht weit von hier, offensichtlich auf der Durchreise. Dass sie im August wegziehen, ist normal, diese hatten aber wohl etwas Eile; ich habe noch versucht zu erklären, dass es hier zwar trocken ist, im Süden aber noch viel trockener. Ich habe sie aber mit meinen Ratschlägen eindeutig nicht beeindruckt. An diesem Tag fiel mir etwas Seltsames bei all den Störchen auf, es waren insgesamt gut 60. Sie hatten alle sehr dicke, wirklich doppelt so dicke und weisse Beine. Mein bester Freund, KI, hat mir das erklärt. Störche und manche Geier richten beim Koten (bei Vögeln kommt alles aus einem Loch und das Weisse ist der Urin) auf ihre Beine. Das hilft auf zweierlei Weise gegen die Hitze. Es kühlt ab: Durch die Verdunstung des sehr flüssigen Kots kann sich das Blut in den stark durchbluteten Beinen abkühlen, wodurch die Körpertemperatur kurzzeitig um bis zu 6 Grad sinken kann. Ausserdem wirkt es wie ein Sonnenschutzfaktor 60, da es das Sonnenlicht reflektiert und so dieselben Blutgefässe vor der Hitze schützt.

Bei Geiern hat es noch eine weitere Funktion: Der Kot von Geiern enthält sehr viel Harnsäure, was ihre Füsse, die oft mit Kadavern und somit mit Bakterien in Berührung kommen, desinfiziert. Bei solchen Tricks der Natur fragt man sich immer wieder, wer auf diese Idee gekommen ist. Wahrscheinlich ist es ganz prosaisch, ein Teil der Evolution. Mit kühlen Beinen lässt es sich besser um sich selbst und seinen Nachwuchs kümmern. Ein kühles Leben ist schön!!

 

Dit jaar was tot nu toe een raar jaar, klimatologisch gezien.  Dus eigenlijk is het dan ook weinig verbazend dat we dit jaar begin Juni ineens een ooievaar in het Saanenland hadden. Ik zie natuurlijk niet alles maar ik heb maar een keer eerder een ooievaar zien voorbijvliegen hier, dat was 25 jaar geleden. Het was een erg leuk bezoek van ongeveer een week. Overdag liep hij over de weiden en at regenwormen en zoals iedereen hoopte muizen. Tegen zonsondergang vloog hij naar zijn slaapboom, die naast mijn werk staat en heel gunstig… voor het raam van mijn moeder die haar ogen eerst niet geloofde en ons gelijk belde.. De boom is eigenlijk in bezit van een kraaienpaar die dit bezoek maar matig wisten te waarderen en zich luid mopperend in hun lot schikten een paar bomen verderop. Elke avond tegen ooievaarsbedtijd bezocht ik mijn moeder en haar tijdelijke buurman met mijn camera. Overdag moeten er dingen gedaan worden en kun je niet altijd achter een ooievaar aanjagen, Nadine hield me op de hoogte wat hij deed, en een avond had ik de kans vanuit mijn auto zonder te storen te kijken hoe hij over de velden schreed en vrij veel te eten vond. Ooievaars eten een beetje alles wat ze vinden. Veel kleine hapjes meestal, wormen, sprinkhanen, muizen, mollen en af en toe een kikker. De grootste happen die ze door hun keel krijgen is een kwart kilo. Dit zijn dan dode hazenjongen of andere meestal doodgemaaide dieren. Dan zijn ze snel op hun 500 gram per dag. Ik ging ervan uit dat het een jonge ooievaar was, ik heb veel met de kijker naar zijn poten zitten turen, die zijn bij een jonge ooievaar roze en verkleuren eigenlijk bij het uitvliegen al naar rood. Deze had zo een vreemde kleur, licht gekleurd maar er schemerde wel rood doorheen, net als bij de snavel. Vreemd… ik hoopte maar dat hij geen huidziekte had….

Zoals gezegd verdween de ooievaar na ongeveer een week weer, waarschijnlijk terug naar zijn kolonie.

Op 1 Augustus zagen we onverwacht weer heel veel ooievaars niet ver hier vandaan, duidelijk op doortrek. Dat ze wegtrekken in Augustus is normaal, deze hadden duidelijk een beetje haast, ik heb nog geprobeerd uit te leggen dat het hier weliswaar droog is maar in het zuiden nog veel meer. Welke ooievaar heeft er ooit naar mij geluisterd?! Op die dag viel me iets raars op bij alle ooievaars, het waren er wel 60 bij elkaar. Ze hadden allemaal hele dikke, echt dubbel zo dik, en witte poten. Mijn beste vriend, AI, heeft me dat uitgelegd. Ooievaars en sommige gieren, richten bij het poepen (bij vogels komt alles uit een gat en het witte is de urine) op hun benen. Dit helpt tegen de hitte op twee manieren. Het koelt af, door het verdampen van de zeer vloeibare poep kan het bloed in de sterk doorbloede benen afkoelen, waardoor de lichaamstemperatuur wel 6 graden kan afkoelen, kortstondig. Daarnaast is het een soort sunnblocker factor 60, het reflecteert het zonlicht wat diezelfde bloedvaten beschermt tegen de hitte.

Bij gieren heeft het nog een andere functie, de ontlasting van gieren bevat zeer veel urinezuur, wat hun poten, die vaak met kadavers en dus bacteriën in aanraking komen desinfecteert.

Bij dit soort trucjes van de natuur vraag je je steeds af wie er op het idee gekomen is. Waarschijnlijk is het heel prozaïsch, een deel van de evolutie. Met koele benen kun je beter voor jezelf en je kroost zorgen. Een koel leven is mooi!!

Weiter
Weiter

Norwegen 8